Artikel; Wat is het eigenlijk om ‘geinspireerd’ te zijn.

Pinhole
1:1

Oktober/november 2008

In reactie op het verzoek zijn favoriete beeld van het moment te beschrijven, vraagt Sung Hwan Kim, die momenteel exposeert in Witte de With, zich af wat het eigenlijk betekent ‘geïnspireerd te zijn’.

Ik zou kunnen zeggen: ‘Dit is inspirerend’, en dat doe ik ook zo nu en dan, maar soms – en dat zou nu ook het geval kunnen zijn, al hoop ik van niet – kan ik niet meer onder de huid kruipen van het woord. Ik twijfel dan aan de betekenis van het woord, weet niet meer precies wat het betekent om ‘geïnspireerd’ te zijn. Op die momenten grijp ik naar het woordenboek, alsof die de betekenis ervan kan ontsluieren. Om je een voorstelling te geven van hoe ik me voel, zou je een architectuur kunnen voorstellen die het woord representeert, een soort structuur waarin ik ronddool. Of je zou je een cameraman in een camera voor kunnen stellen (denk aan de camera obscura!). Het is frustrerend om er zo in opgesloten te zitten, want ik zou er meer aan hebben als ik het woord vanaf de buitenkant zou bekijken; als ik me zou bewegen in de richting van het object van inspiratie, maar op afstand zou blijven. Misschien is de oplossing daarin gelegen dat ik deze ‘architectuur van de inspiratie’ moet volgen, doorkruisen om bij het object te komen. De eerste afbeelding van deze onderneming zou een man zijn die naar de blauwdruk kijkt van het gebouw waar hij zich in bevindt. Een man houdt de kaart van een gebouw in zijn hand waar hij zich in bevindt: het begin van een eeuwige feedback.

Een eenvoudige weergave van deze situatie is de afbeelding hiernaast, maar die vind ik niet zo interessant. Het beeld functioneert teveel als een kaart, een soort geometrische vorm die onthult waar ik ben. Zo’n afbeelding kan gemaakt worden door live-videobeelden terug te leiden naar het eigen beeld op de monitor. Een video die een opname maakt van zichzelf die een opname maakt van zichzelf en daarmee een eindeloze reeks vormen in vormen creëert. Als je deze afbeelding simpelweg als tweedimensionaal opvat, lijkt het of er zich een eindeloze reeks rechthoeken bevindt op een plat vlak. Maar het tegendeel is makkelijk te bewijzen. Elke rechthoek belichaamt een andere tijd. Als ik bijvoorbeeld een konijn zou plaatsen voor het beeld, dan ziet het konijn zichzelf en kijkt naar de achterkant van zijn hoofd dat oneindig wordt herhaald. In video feedback vindt dit oneindige beeld niet op één moment plaats. Men ziet eerst het eerste hoofd, vervolgens het tweede, het derde, het vierde, het vijfde, het zesde: één voor één komen ze in beeld. De platte afbeelding kent wel degelijk een gelaagdheid. Het kost tijd om erin te navigeren.

Als je dit omzet in schrift kun je een short cut nemen. Tijd is alleen latent aanwezig tussen deze twee korte formules:

F(n+1)= ‘een kleinere replica van F(n) in F(n)’
F(1) = ‘de eerste afbeelding op het scherm’

In dit geval is de operateur van deze functie F een videocamera en kabels, hoewel dit algoritme ook met de hand kan worden gerealiseerd zonder de uitvinding van een camera. Ik kan een tekening maken van een rechthoek binnen een rechthoek, binnen een rechthoek, binnen een rechthoek in de repetitieve volgorde die het algoritme aangeeft. Ik ben dan zelf degene die het proces in gang zet, mijn handen leveren de fysieke arbeid. Omdat het met de hand getekend is, is de tijdspanne tussen het tekenen van de verschillende rechthoeken langer dan de tijd tussen de videobeelden, te lang om het nog een vertraging te noemen. Dit is een belangrijk gedachte-experiment voor mij omdat het me in staat stelt na te denken over het technologische object, wiens functie ik deel met mijn hand. Dus, ik heb een functie F in de hand waar ik zelf deel van uitmaak (of ooit deel van uitmaakte).

Een paar weken geleden las ik een artikel en zag ik een video van Dr. Hanlon, over zijn inktvissen en hun camouflagemethoden. Hier volgen enkele citaten:

‘Ik ben geïnteresseerd in hoe de natuur in elkaar zit. De natuur is overal om ons heen. We besteden er niet veel aandacht aan, maar we maken er deel van uit.

De inspiratie voor de laboratoriumexperimenten komt voor uit het observeren van de inktvissen. Voor een duikende bioloog is veldwerk het belangrijkste onderdeel van zijn werk. Ik heb in mijn carrière al zon vijf- tot zesduizend duiken gemaakt.

Digitale fotografie en video betekenen een revolutionaire vooruitgang in de studie van het gedrag van dieren, in dit geval onder water. Dat komt omdat we nu gebruik maken van een Hi-Definition videocamera waarbij elke dertig frames per seconde een twee mega pixel-fotostill oplevert. Dat betekent een schat aan informatie voor ons, omdat we elke afbeelding kunnen analyseren. De afbeeldingen hebben nu een resolutie en scherpte die we nodig hebben.

Maar het mysterie achter de camouflagetechnieken van de inktvis, dat zal ik in mijn leven nooit helemaal kunnen ontrafelen.’

De zee, die we kennen, kabbelend aan het strand en die beschreven wordt met verschillende oppervlakkige vormen (golven, luchtbellen en de horizon), wordt nu van binnen bekeken door de ontwikkeling van onderwatervoertuigen, -apparaten en -uitrustingen. Zijn nieuwe videocamera, zegt Hannon, zorgt ervoor dat hij beter kan zien. Maar waar bevindt hij zich eigenlijk? Ergens tussen het weefsel van de inktvis en het weefsel van de oceaan. Ook hij bevindt zich binnenin een functionaliteit waar hij deel van uitmaakt.

F(n+1) = ‘het weefsel onder het weefsel F (n)’

Er zijn drie aspecten belangrijk voor Dr. Hanlon: (1) de inspiratie die hij haalt uit zijn veldonderzoek, (2) de eindeloze onderneming die zijn onderzoek behelst, (3) de tijd die hij heeft tijdens zijn leven voor het onderzoek, dat niet synchroon loopt met de technologische ontwikkeling, die zich overigens in mijn ogen in een ongelofelijke slow motion bevindt. Ergens in de zogenaamde toekomst zal een uitvinding zijn erfgenamen in staat stellen om met evenveel gemak onder het weefsel van de inktvis te kijken, als hij de oceaan bestudeert. Hij bevindt zich nu onder een dikke laag van afbeeldingen in de videofeedback. Misschien bevindt hij zich nog niet eens in de buurt van F(1); hij zou best kunnen zijn blijven steken bij F(40) of F(miljoen). De omvang van zijn oceaan is een functie van een recursief algoritme, dat zich op ruimtelijke wijze manifesteert. Er zijn verschillende kleuren blauw die worden veranderd door het licht van de opspattende golven in de diepe zee. En er is een wezen met acht tentakels, de ene langer dan de andere, gebruikt voor ontuchtige handelingen. Het verbergt zich door een te worden met gespikkelde koralen. Als Dr. Hanlon dichterbij komt, laat de octopus zich even duidelijk zien, spuit een wolk inkt in het gezicht van dr. Hanlon en gaat er als een haas vandoor. Dit is inspirerend.

Sung Hwan Kim
Witte de With. Centrum voor hedendaagse kunst, Rotterdam
13 september t/m 26 oktober 2008

Advertisements